Hoewel we persoonlijk de grote Afrikaanse steden vaak snel willen omruilen voor de rustige binnenlanden zijn er ook een aantal die ons hart gestolen hebben. Bissau is daar één van. Het is de hoofdstad van Guinee-Bissau en gelegen aan de Geba rivier. Het voelt aan als een groot dorp en werd gesticht door de Portugezen. Bissau was in het begin slechts een handelspost en vanaf 1942 de hoofdstad van Portugees-Guinea.
Het verhaal van de stad is een beetje tragisch. Vervallen huizen en loshangende stroomdraden zijn stille getuigen van betere dagen. Het wegdek vol gaten, het kapot geschoten presidentiële (en inmiddels gerestaureerde) paleis en half ingestorte gesloten winkels. Bissau is niet één van Afrika’s successen.
Toch staan er ook nog charmante koloniale huizen uit de tijd dat Portugal hier nog de baas was en de paar hoofdstraten het centrum lijken een eigen stadje op zich met de modernere restaurantjes en hotels. Neem daarbij de relaxte sfeer die er heerst en het is een goede plek om even bij te komen van je avonturen in de rest van het land.
Terrasjes onder de mangobomen
Het bevalt ons hier prima. Het centrum is zo klein dat je in een uurtje alle hoeken hebt gezien en op straat wordt je met rust gelaten. Slechts een enkele keer wordt de aandacht gevraagd door een straatverkoper die telefoonkaarten, pannen of tubes tandpasta aanbied. Ook zijn er nog de jongens die klaar staan om je schoenen te poetsen. Heel nuttig, zij het niet dat ik op een nieuw paar slippers rondloop.
Ontbijt met echte koffie bij de bakker op de hoek, het 25 meter zwembad tussen de palmbomen en de terrasjes die ’s avonds worden opgezet onder de mangobomen zorgen ervoor dat we langer blijven hangen ik had gepland. Het is een ritme waar je makkelijk inrolt en zonder het door te hebben vliegen de dagen voorbij.
Mausoleum van Amilcar Cabral
Heel veel bezienswaardigheden zijn er niet te vinden in Bissau. Bij een wandeling door het oude centrum (Bissau Velho) loop je door smalle straatjes. Aangekomen op Av Pansau Na Isna kom je langs Fortaleza d’Amura. Een fort uit dat stamt uit 1753 werd in 1696 door de Portugezen herbouwd en kreeg meer recent in de jaren 70 nog een opknapbeurt. In het fort vind je ook het het mausoleum van ‘de vader van de natie’ Amilcar Cabral. Hij leidde de Afrikaanse nationalistische bewegingen in Guinee-Bissau en op de Kaapverdische Eilanden. Niet lang hierna werd hij om het leven gebracht door de Portugese geheime politie. Zijn halfbroer Luís Cabral werd later president van Guinee-Bissau.
In het midden van de grote rotonde Praça dos Herois Nacionais vind je het nationale monument voor de helden van de onafhankelijkheid, het Monumento aos Heróis da Independência. Het voormalige presidentiële paleis dat in de burgeroorlog verwoest werd door verschillende bombardementen en onlangs weer is gerestaureerd valt meteen op. De sierlijke, neoklassieke gevel is nu verfraaid met moderne kenmerken. Wees terughoudend met foto’s maken, er zijn in het verleden toeristen opgepakt na het fotograferen van het gebouw.
Een ander opvallend gebouw is de kathedraal (Sé Catedral de Nossa Senhora da Candelária). Het staat bekend om zijn functie als vuurtoren vanwege het licht in de 36 meter hoge noordelijke toren en werd in de jaren negentig bezocht door Paus Johannes Paulus II.
Carnaval in Bissau
Ieder jaar is een deel van de stad vier dagen afgesloten voor het verkeer. Eind februari/ begin maart is het tijd voor het carnaval dat hier groots wordt gevierd. Vanuit alle provincies komen vertegenwoordigingen die uitgedost door de straten pareren. In 2020 is het feest gepland van 22 t/m 25 februari. In het verleden moesten toeristen die het carnaval wilden fotograferen een fotopas aanvragen. Controleer of dat bij toekomstige edities weer het geval is. Wordt je zonder pas gesnapt dan kan dat tot vervelende situaties of hoge boetes leiden. Het carnaval wordt op dezelfde data ook gevierd op Bubaque in de Bijagos archipel.
(Foto’s: Maarten van de Biezen)